Case study slim laden wagenpark in praktijk

Case study slim laden wagenpark in praktijk

Een wagenpark elektrificeren klinkt op papier overzichtelijk. In de praktijk gaat het vaak mis op precies drie punten: te weinig netcapaciteit, laden op de verkeerde momenten en geen grip op kosten per voertuig. Deze case study slim laden wagenpark laat zien wat er verandert wanneer laadpalen, opwek en energiesturing niet los van elkaar worden geplaatst, maar als één systeem worden ingericht.

We nemen een herkenbare zakelijke situatie als voorbeeld. Geen theoretisch model, maar een scenario zoals veel Nederlandse bedrijven het nu tegenkomen: een groeiend aantal elektrische bedrijfsauto's, zonnepanelen op het dak, een bestaande netaansluiting die niet zomaar verzwaard kan worden en een behoefte aan voorspelbare exploitatiekosten.

De startsituatie van dit wagenpark

Het bedrijf in deze case heeft een middelgrote bedrijfslocatie met kantoor en magazijn. Op het terrein rijden twaalf elektrische voertuigen, waarvan er op een gemiddelde werkdag acht tot tien geladen moeten worden. De voertuigen worden deels overdag gebruikt voor klantbezoeken en deels 's nachts of in de vroege ochtend ingezet.

Op het dak liggen al zonnepanelen. Die installatie levert een flinke bijdrage aan het eigen verbruik, maar in de oude situatie werd die zonnestroom niet slim gekoppeld aan het laadproces. Auto's begonnen te laden zodra ze werden ingeplugd. Dat betekende dat pieken in het gebouwverbruik en pieken in het laden samenvielen. Het gevolg was voorspelbaar: hoge gelijktijdige belasting, beperkte ruimte op de aansluiting en onnodig veel netstroom op momenten dat er later op de dag juist zonne-overschot beschikbaar was.

De directie had drie duidelijke doelen. Het laden moest betrouwbaar zijn, zodat voertuigen op tijd inzetbaar bleven. De energiekosten moesten omlaag, zonder ingewikkeld handmatig beheer. En de oplossing moest schaalbaar zijn, omdat uitbreiding van het wagenpark al in beeld was.

Waarom standaard laadpalen hier niet genoeg waren

Bij veel locaties wordt eerst gekeken naar het aantal laadpunten en pas daarna naar de rest van het energiesysteem. Dat lijkt logisch, maar leidt vaak tot beperkingen achteraf. Een laadpaal op zichzelf lost namelijk niets op aan netcongestie, piekverbruik of de afstemming tussen gebouw, opwek en voertuigen.

In deze case study slim laden wagenpark zat de kern van het probleem niet in te weinig laadpunten, maar in te weinig sturing. Als tien auto's tegelijk op vol vermogen laden, kan een aansluiting snel tegen haar grens aanlopen. Verzwaren is niet altijd mogelijk, kost tijd en brengt extra vaste lasten met zich mee. Bovendien is dat lang niet altijd nodig als de beschikbare capaciteit slimmer verdeeld wordt.

Daarom begon de oplossing niet bij hardware alleen, maar bij een technische analyse. Er is gekeken naar de hoofdverdeler, de gecontracteerde aansluitwaarde, het profiel van het gebouwverbruik, de opbrengst van de zonnepanelen en de laadvraag per voertuiggroep. Pas daarna kun je bepalen hoeveel laadvermogen er echt nodig is, op welke momenten dat nodig is en waar je kunt sturen zonder de bedrijfsvoering te hinderen.

De gekozen oplossing

De locatie is ingericht met een centraal aangestuurd laadsysteem met dynamic load balancing. Dat betekent dat het beschikbare vermogen niet vast per laadpunt wordt toegekend, maar continu wordt verdeeld op basis van wat het pand op dat moment al verbruikt. Zodra het gebouw meer stroom vraagt, wordt het laadvermogen automatisch teruggeschakeld. Is er juist ruimte beschikbaar, dan kunnen voertuigen sneller laden.

Daarnaast is het laden gekoppeld aan de opwek van de zonnepanelen. Op uren met hoge zonneproductie krijgen ingeplande voertuigen voorrang om lokaal opgewekte energie direct te benutten. Dat is financieel interessant, maar vooral ook praktisch. Eigen opwek die direct in auto's gaat, levert meestal meer op dan terugleveren tegen onzekere vergoedingen.

Voor voertuigen met een vertrektijd in de vroege ochtend is een laadprioriteit ingesteld. Niet elke auto heeft immers dezelfde laadbehoefte. Een bestelbus die om 6.30 uur de weg op moet, heeft een ander profiel dan een poolauto die pas later nodig is. Door te sturen op vertrektijd, minimale gewenste lading en maximaal toelaatbaar vermogen, wordt de beschikbare capaciteit beter benut.

In deze opzet werkt het energiesysteem niet meer als losse onderdelen, maar als één geheel. Dat is precies waar in zakelijke laadinfra vaak het verschil wordt gemaakt.

Wat veranderde er in de praktijk?

De eerste winst zat niet eens in de techniek, maar in voorspelbaarheid. Voorheen was er regelmatig onzekerheid of alle voertuigen wel voldoende geladen waren als meerdere collega's tegelijk inplugden. Na de inrichting van slim laden werd het laadproces planbaar. Het systeem bepaalde automatisch hoe het vermogen verdeeld moest worden, zonder dat medewerkers daar dagelijks op hoefden te sturen.

De tweede verbetering zat in de piekbelasting. Omdat het laadsysteem continu rekening hield met het actuele gebouwverbruik, daalde de kans op overbelasting van de aansluiting sterk. Dat voorkwam ongewenste pieken en maakte een directe netverzwaring voorlopig overbodig. Voor veel bedrijven is dat een groot voordeel, zeker op locaties waar uitbreiding van de aansluiting lastig of traag geregeld kan worden.

De derde winst zat in het benutten van de zonnepanelen. In de oude situatie werd een deel van de zonnestroom teruggeleverd terwijl later op de dag auto's met netstroom laadden. Dat is technisch niet efficiënt en financieel meestal ook niet optimaal. Door de laadmomenten beter af te stemmen op de opwek steeg het aandeel direct eigen verbruik merkbaar.

De belangrijkste technische keuzes

Een slim wagenpark begint bij de juiste laadverdeling, maar daar houdt het niet op. In deze case waren een paar keuzes bepalend voor het resultaat.

Sturen op vermogensruimte in plaats van op vaste laadcapaciteit

Vaste toewijzing lijkt overzichtelijk, maar is in de praktijk vaak inefficiënt. Een laadpunt dat altijd 11 kW mag gebruiken, claimt capaciteit ook wanneer dat niet nodig is. Door dynamisch te sturen blijft het systeem flexibeler en kan dezelfde aansluiting meer voertuigen ondersteunen.

Prioriteren op inzet van voertuigen

Niet elke auto hoeft altijd als eerste vol te zijn. Zodra je voertuigen groepeert op gebruiksprofiel, kun je veel slimmer laden. Dat vraagt wel om een goede inventarisatie vooraf. Zonder die stap blijft slim laden te algemeen en mis je een deel van het voordeel.

Koppeling met zonne-opwek en energiemanagement

Losse laadsturing is nuttig, maar echte optimalisatie ontstaat pas als het laadsysteem ook weet wat er op het dak gebeurt en wat het gebouw vraagt. Juist die combinatie maakt het mogelijk om pieken te beperken en lokaal opgewekte stroom beter in te zetten.

Waar je rekening mee moet houden

Slim laden is geen wondermiddel dat elke beperking wegneemt. Als de aansluiting erg klein is en het aantal voertuigen snel groeit, blijft er een moment waarop uitbreiding of aanvullende opslag in beeld komt. Ook de gebruiksdiscipline speelt mee. Als voertuigen niet op tijd worden aangesloten of vertrektijden niet duidelijk zijn, wordt de sturing minder effectief.

Daarnaast is de juiste dimensionering belangrijk. Te veel laadpunten op een krappe aansluiting kan prima werken, zolang de verwachtingen daar realistisch bij zijn. Niet elk voertuig kan dan altijd op maximaal vermogen laden. Voor veel bedrijven is dat geen probleem, zolang de auto's maar geladen zijn op het moment dat ze nodig zijn.

Een ander aandachtspunt is toekomstvastheid. Een installatie die vandaag net voldoende is, kan over twee jaar te beperkt zijn als het wagenpark verdubbelt of als er extra elektrisch materieel bijkomt. Daarom loont het om bij ontwerp en bekabeling alvast rekening te houden met uitbreiding, ook als niet alle onderdelen direct geplaatst worden.

Wat deze case study slim laden wagenpark vooral laat zien

De kernles uit deze case study slim laden wagenpark is eenvoudig: de beste laadoplossing is zelden de oplossing met het hoogste aansluitvermogen. Vaak zit de winst juist in slim verdelen, goed prioriteren en technisch integraal ontwerpen.

Voor zakelijke locaties betekent dat dat je verder moet kijken dan alleen het aantal laadpalen. De juiste vraag is niet hoeveel punten er op het terrein moeten komen, maar hoe laadinfra, gebouwverbruik, zonnepanelen en toekomstige groei samen passen binnen de beschikbare capaciteit. Pas dan krijg je een systeem dat niet alleen vandaag werkt, maar ook over enkele jaren nog logisch is.

Voor bedrijven die hun wagenpark verder willen elektrificeren, is een zorgvuldige vooranalyse daarom geen luxe. Het voorkomt dat je investeert in een installatie die op papier ruim lijkt, maar in de dagelijkse praktijk knelt. Een partij als B.Y Roersen Duurzame Energie kijkt juist vanuit dat totaalplaatje naar laden, opwek, opslag en sturing, zodat keuzes technisch en financieel beter op elkaar aansluiten.

Wie nu slim ontwerpt, koopt vooral rust. Niet de rust van grote beloftes, maar de rust van een systeem dat doet wat het moet doen - veilig, voorspelbaar en passend bij de manier waarop een bedrijf werkelijk werkt.

Klaar om te verduurzamen?

Vraag vrijblijvend een offerte aan of neem direct contact op. We reageren meestal binnen 24 uur.

Eerlijk advies • Gecertificeerde installatie • Netjes opgeleverd