Hoe werkt load balancing thuis bij uw laadpaal?

Nieuws

Hoe werkt load balancing thuis bij uw laadpaal?

Een elektrische auto komt vaak thuis op het moment dat ook de warmtepomp draait, de oven aanstaat en het huishouden stroom gebruikt. Juist dan kan een laadpaal een flinke extra belasting voor uw aansluiting vormen. Hoe werkt load balancing thuis in zo'n situatie? De laadpaal meet hoeveel stroom er op dat moment beschikbaar is en past het laadvermogen automatisch aan. Zo blijft de hoofdzekering beschermd, zonder dat u steeds handmatig hoeft in te grijpen.

Dat klinkt eenvoudig, maar de juiste werking hangt af van uw meterkast, aansluiting, laadpaal en andere grote verbruikers. Zeker wanneer zonnepanelen, een thuisbatterij of een Energy Management System aanwezig zijn, is het verstandig om verder te kijken dan alleen de laadpaal.

Wat is load balancing thuis?

Load balancing is vermogensbeheer. Het systeem bewaakt hoeveel elektriciteit uw woning op dat moment uit het net afneemt of eraan teruglevert. Dreigt het totale verbruik de capaciteit van uw aansluiting te overschrijden, dan verlaagt de laadpaal tijdelijk zijn vermogen. Komt er later weer ruimte vrij, dan mag de auto sneller laden.

Een laadpaal met dynamische load balancing ontvangt hiervoor meetgegevens uit de meterkast. Dat gebeurt vaak via de P1-poort van de slimme meter of via stroomtransformatoren rond de voedingskabels. De laadpaal gebruikt deze gegevens om de beschikbare stroom voortdurend opnieuw te berekenen.

Het doel is niet om meer capaciteit uit uw netaansluiting te halen. Load balancing maakt die bestaande capaciteit wel slimmer bruikbaar. Dat voorkomt dat uw hoofdzekering aanspreekt door een samenloop van verbruikers.

Hoe werkt load balancing thuis stap voor stap?

De regeling kijkt niet naar één apparaat, maar naar de totale energiehuishouding. Daarbij zijn drie onderdelen bepalend: meten, rekenen en bijsturen.

De meting in de meterkast

Eerst moet het systeem weten wat er op de aansluiting gebeurt. Bij een moderne slimme meter kan de P1-poort gegevens leveren over de actuele afname en teruglevering. Een andere methode gebruikt stroomtransformatoren die per fase meten hoeveel stroom er door de hoofdaansluiting loopt.

Welke methode het beste past, verschilt per installatie. Bij een eenvoudige situatie met één laadpaal kan uitlezing via de slimme meter voldoende zijn. In woningen met meerdere verdeelkasten, grote verbruikers of een uitgebreider energiesysteem kan meting per fase in de meterkast nauwkeuriger en beter controleerbaar zijn.

De beschikbare ruimte berekenen

Vervolgens vergelijkt de regeling de actuele belasting met de ingestelde grens van de aansluiting. Stel dat een woning een driefasenaansluiting van 3 x 25 ampère heeft. De laadpaal mag dan niet simpelweg altijd met 11 kW laden. Andere apparatuur gebruikt immers ook vermogen, en dat verbruik kan per fase verschillen.

Als koken, verwarmen en huishoudelijke apparatuur samen tijdelijk veel stroom vragen, verlaagt de laadpaal bijvoorbeeld van 16 naar 8 of 6 ampère per fase. Wanneer die belasting wegvalt, wordt het laadvermogen weer verhoogd. De auto merkt daar meestal weinig van, behalve dat de totale laadtijd iets langer kan worden.

De laadpaal stuurt zichzelf bij

De laadpaal krijgt een nieuw laadcommando en past zijn stroomsterkte aan binnen de technische grenzen van de auto en het laadpunt. Deze correctie gebeurt automatisch en herhaaldelijk. Daardoor reageert de installatie ook op korte pieken, bijvoorbeeld wanneer een inductiekookplaat of warmtepomp inschakelt.

Een goed ingesteld systeem houdt bovendien een veiligheidsmarge aan. Het is geen goed uitgangspunt om een aansluiting voortdurend exact op de maximale waarde te laten draaien. De installatie moet rekening houden met meetvertraging, piekbelasting en de verdeling over de fasen.

Waarom is de faseverdeling zo belangrijk?

Bij een driefasenaansluiting wordt vaak vooral gekeken naar het totale vermogen. In de praktijk kan één fase echter eerder overbelast raken dan de andere twee. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer bepaalde groepen in de woning ongelijk over de fasen verdeeld zijn of wanneer een grote eenfasige verbruiker actief is.

Een laadpaal die driefasig laadt, neemt op iedere fase vermogen af. De regeling moet daarom niet alleen naar het totaal kijken, maar ook naar de individuele fasestromen. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij bestaande woningen waarvan de groepenkast in de loop der jaren is uitgebreid met zonnepanelen, een warmtepomp, airconditioning of een inductiekookplaat.

Ook de minimale laadstroom speelt mee. Veel elektrische auto's kunnen bij AC-laden pas vanaf 6 ampère laden. Bij driefasig laden is dat ongeveer 4,1 kW. Is er minder vermogen beschikbaar, dan kan een driefasige laadpaal niet altijd verder terugregelen. Sommige systemen kunnen dan schakelen tussen één en drie fasen, maar dat moet door zowel de laadpaal als de auto worden ondersteund en passend zijn ontworpen.

Dynamische en statische load balancing

Statische load balancing is de eenvoudige variant. Daarbij stelt u een vaste lagere laadgrens in, bijvoorbeeld omdat u weet dat de rest van de woning ook stroom nodig heeft. Dit is voorspelbaar, maar niet flexibel: de auto laadt ook langzamer wanneer er in huis juist volop capaciteit beschikbaar is.

Dynamische load balancing meet de actuele belasting en benut de ruimte die er op dat moment werkelijk is. Voor de meeste huishoudens met een laadpaal is dit de logische keuze. Vooral bij een 3 x 25 ampère-aansluiting voorkomt het dat u de laadpaal structureel te laag moet begrenzen uit voorzichtigheid.

Dynamisch is niet automatisch beter in iedere situatie. Heeft een bedrijf bijvoorbeeld een vaste, zware basisbelasting en een beperkte aansluiting, dan is een bredere analyse van het piekverbruik nodig. Soms is alleen laadsturing onvoldoende en zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals een andere laadstrategie, batterijopslag of aanpassing van de installatie.

Load balancing met zonnepanelen en een thuisbatterij

Zonnepanelen maken de regeling interessanter, maar ook complexer. Wanneer de zon schijnt, kan een laadpaal de auto deels of volledig laden met lokaal opgewekte stroom. Een gewone dynamische load balancer voorkomt dan nog steeds overbelasting van de aansluiting. Hij stuurt echter niet altijd specifiek op het benutten van zonne-overschot.

Daarvoor is vaak een laadmodus nodig die teruglevering herkent en het laadvermogen daarop afstemt. Op zonnige dagen kan de laadpaal dan meer laden zodra er productie overblijft. Daarbij moet u rekening houden met de minimale laadstroom van de auto. Kleine, wisselende overschotten zijn niet altijd praktisch te volgen, zeker niet bij een driefasige auto.

Een thuisbatterij voegt een extra laag toe. Zonder goede aansturing kan de batterij tijdens het laden van de auto ontladen, terwijl u misschien juist netstroom wilt vermijden of de batterijreserve wilt behouden voor de avond. Met een EMS kunnen laadpaal, batterij, zonnepanelen en grote verbruikers volgens vooraf gekozen prioriteiten samenwerken.

Die prioriteiten verschillen per huishouden. De één wil de auto zo snel mogelijk vol hebben, de ander wil eerst zonnestroom benutten. Bij een dynamisch energiecontract kan het juist gunstig zijn om op goedkope uren te laden. Een goed energiesysteem maakt die keuzes expliciet, in plaats van apparaten los van elkaar te laten regelen.

Wat load balancing niet oplost

Load balancing beschermt uw aansluiting tegen overbelasting, maar het lost niet ieder energievraagstuk op. Het maakt een te kleine aansluiting niet groter en het creëert geen extra zonne-energie. Ook levert het geen garantie dat uw auto op elk gewenst moment met maximaal vermogen kan laden.

Daarnaast is de kwaliteit van de installatie bepalend. De meetrichting moet kloppen, de juiste fases moeten worden bewaakt en de communicatielijn tussen meter en laadpaal moet betrouwbaar zijn. Bij uitbreidingen in de meterkast moet bovendien worden beoordeeld of de bestaande verdeling, beveiliging en bekabeling nog voldoen aan de actuele belasting en de geldende NEN 1010-voorwaarden.

Een laadpaal plaatsen zonder naar deze punten te kijken, kan in een eenvoudige woning soms werken, maar is geen degelijk ontwerp voor de lange termijn. Zeker als een warmtepomp, thuisbatterij of extra laadpunt later op de planning staat, voorkomt een doordachte voorbereiding onnodige aanpassingen.

Welke instelling past bij uw woning?

De juiste instelling begint met een inventarisatie van de aansluiting en het gelijktijdige verbruik. Niet alleen het huidige verbruik telt mee, maar ook geplande uitbreidingen. Een woning met zonnepanelen en één elektrische auto vraagt iets anders dan een woning waar later een warmtepomp, batterij en tweede laadpunt bijkomen.

Bij B.Y. Roersen Duurzame Energie bekijken we daarom de laadpaal niet als een los apparaat. We beoordelen de meterkast, faseverdeling, hoofdbeveiliging en de rol van andere energiecomponenten. Daarna kan worden bepaald of dynamische load balancing via de slimme meter volstaat of dat een uitgebreider meetsysteem en EMS meer waarde bieden.

De praktische winst zit uiteindelijk in rust: uw auto laadt wanneer er ruimte is, terwijl de woning en uw aansluiting binnen veilige grenzen blijven functioneren. Dat is vaak minder zichtbaar dan een extra paneel of batterij, maar juist deze slimme afstemming maakt een duurzaam energiesysteem betrouwbaar in het dagelijks gebruik.

Hulp nodig?

Klaar om uw energie slimmer te regelen?

Vertel ons kort over uw woning en wensen. Dan denken we met u mee.
Vraag persoonlijk advies
Vragen over uw situatie?Vraag advies