Nieuws

Een medewerker die om 17.00 uur wil vertrekken, een bestelbus die de volgende ochtend volledig geladen moet zijn en zonnepanelen die rond de middag veel stroom leveren: een zakelijke laadoplossing moet met al die momenten kunnen omgaan. Een laadpaal zakelijk laten plaatsen is daarom geen kwestie van alleen een paal kiezen en aansluiten. De beschikbare netcapaciteit, het gebruik van voertuigen, de verdeling van kosten en de groeiplannen van uw bedrijf bepalen samen wat technisch verstandig is.
Voor een bedrijf met één elektrische auto is de aanpak anders dan voor een locatie waar medewerkers, bezoekers en een elektrisch wagenpark tegelijk laden. Wie vooraf goed naar het hele energiesysteem kijkt, voorkomt onnodige uitbreidingen aan de aansluiting, laadpunten die elkaar in de weg zitten en onverwacht hoge piekbelastingen.
Begin bij het laadgedrag, niet bij het aantal laadpunten
De eerste vraag is niet hoeveel laadpalen u wilt, maar wie er wanneer en hoe lang laadt. Een auto die acht uur op het terrein staat, hoeft meestal niet met het hoogste vermogen te laden. Een servicebus die tussen twee ritten door terugkomt, heeft juist wel baat bij voorspelbare en snellere laadsessies.
Maak daarom onderscheid tussen medewerkers, bezoekers en het eigen wagenpark. Medewerkers laden vaak overdag of tijdens kantooruren. Bezoekers zijn minder voorspelbaar en staan korter stil. Voor bedrijfswagens telt vooral dat ze op een vastgesteld moment voldoende actieradius hebben. Die verschillen bepalen of een aantal reguliere AC-laadpunten volstaat, of dat een krachtiger laadvoorziening nodig is.
Ook de verwachte groei telt mee. Misschien zijn er nu twee elektrische voertuigen, maar wordt het leasebeleid binnen enkele jaren volledig elektrisch. Dan is het vaak verstandig om bekabeling, verdelers en ruimte in de installatie direct op uitbreiding voor te bereiden. Dat betekent niet dat alle laadpunten meteen geplaatst moeten worden. Wel voorkomt het dat bestrating, kabeltracés of elektrische voorzieningen later opnieuw aangepast moeten worden.
Laadpaal zakelijk laten plaatsen: de aansluiting bepaalt de ruimte
Bij zakelijke laadinfra is het gecontracteerde vermogen en de feitelijke belasting van de aansluiting vaak bepalender dan het type laadpaal. Een bedrijfspand kan een zware aansluiting hebben en toch weinig ruimte overhouden, bijvoorbeeld doordat productiemachines, klimaatinstallaties of koeltechniek op dezelfde momenten veel vermogen vragen.
Een goede technische opname kijkt daarom naar de hoofdaansluiting, de hoofdverdeler, aanwezige onderverdelers, kabelroutes en de belasting over de fasen. Daarbij is niet alleen de theoretische capaciteit relevant. Ook het daadwerkelijke verbruiksprofiel geeft inzicht. Een piek die maar enkele minuten duurt, vraagt om een andere oplossing dan een structureel hoge belasting gedurende de hele werkdag.
Zonder sturing kunnen meerdere laadpunten samen een flinke vermogenspiek veroorzaken. Dat kan leiden tot overschrijding van de beschikbare capaciteit en, afhankelijk van het contract en de situatie, hogere kosten of beperkingen. De oplossing is niet automatisch een zwaardere aansluiting. In gebieden met netcongestie is uitbreiding bovendien niet altijd snel of direct beschikbaar.
Dynamic load balancing voorkomt onnodige pieken
Met dynamic load balancing meet het laadsysteem continu hoeveel vermogen het pand gebruikt. De laadpunten ontvangen alleen het vermogen dat op dat moment beschikbaar is. Stijgt het verbruik van het gebouw, dan wordt het laden tijdelijk teruggeschakeld. Daalt de belasting, dan kan het laadsysteem weer opschalen.
Dat vraagt wel om een passende inrichting. De vermogensverdeling moet aansluiten op de prioriteiten van het bedrijf. Bij een werkplaats kunnen bedrijfsprocessen voorrang krijgen. Bij een wagenpark kan het belangrijker zijn dat geselecteerde voertuigen vóór een vertrektijd een minimaal laadniveau halen. Moderne systemen kunnen die keuzes ondersteunen, maar alleen wanneer ze goed zijn ingesteld en de benodigde meetgegevens betrouwbaar beschikbaar zijn.
Kies vermogen op basis van beschikbare tijd
Een hoger laadvermogen klinkt aantrekkelijk, maar is niet altijd nuttig. Bij AC-laden spelen drie grenzen mee: wat het laadpunt kan leveren, wat de auto kan accepteren en wat de installatie op dat moment kan missen. Een laadpunt met een hoog maximaal vermogen maakt een auto dus niet vanzelf sneller vol.
Voor voertuigen die een volledige werkdag op locatie staan, is slim verdeeld laden vaak efficiënter dan ieder laadpunt op maximaal vermogen dimensioneren. Het beschikbare vermogen kan dan over meerdere auto's worden verdeeld, terwijl iedereen aan het einde van de dag voldoende energie heeft. Voor een klein wagenpark met vaste routes kan het laadschema zelfs belangrijker zijn dan het piekvermogen.
Snelladen met gelijkstroom is vooral relevant wanneer voertuigen snel weer de weg op moeten. Daar staan hogere investeringen, zwaardere neteisen en vaak complexere technische randvoorwaarden tegenover. Voor bezoekersparkeren of medewerkers is dit meestal niet de logische eerste keuze. Het is een afweging tussen stilstandtijd, beschikbare aansluitcapaciteit en de bedrijfswaarde van snel kunnen bijladen.
Maak gebruikers en kosten inzichtelijk
Zodra meerdere groepen gebruikmaken van laadpunten, ontstaat de vraag wie welke laadsessie betaalt. Voor eigen bedrijfswagens is registratie van verbruik vaak voldoende. Voor medewerkers die thuis en op kantoor laden, of bezoekers die tegen betaling mogen laden, zijn autorisatie en correcte verrekening belangrijker.
Denk vooraf na over toegang. Werkt u met laadpassen, een app, een RFID-tag of vrije toegang voor bezoekers? Wilt u per gebruiker, voertuig of afdeling rapporteren? En is het nodig dat het laadsysteem gegevens kan doorgeven aan een backoffice voor facturatie en beheer? Deze keuzes horen bij het ontwerp, niet pas bij de ingebruikname.
Let ook op de toekomstbestendigheid van de software. Een systeem dat met open communicatieprotocollen kan samenwerken, geeft doorgaans meer vrijheid bij een andere beheerpartij of uitbreiding met extra laadpunten. Dat is niet alleen een administratieve keuze. Als laadpunten, energiemeters en een Energy Management System elkaar goed begrijpen, wordt het mogelijk om gericht op vermogen, tijd of energiekosten te sturen.
Zonnepanelen, batterij en laadpalen moeten elkaar niet tegenwerken
Voor bedrijven met zonnepanelen ligt laden op eigen opwek voor de hand. Toch is het beeld minder simpel dan 'zon schijnt, auto laadt'. De opbrengst van zonnepanelen piekt vaak midden op de dag, terwijl bedrijfswagens misschien juist vroeg vertrekken of pas aan het einde van de middag terugkomen. Bovendien kan het pand zelf op zonnige dagen al veel vermogen gebruiken.
Een Energy Management System kan de laadpunten laten reageren op actuele opwek, gebouwverbruik en beschikbare netruimte. Bij dynamische energietarieven kan het systeem daarnaast rekening houden met prijsverschillen, zolang dit niet ten koste gaat van de noodzakelijke actieradius. Voorwaarde is dat er duidelijke prioriteiten zijn. Een bestelbus die om 07.00 uur nodig is, mag niet halfgeladen blijven omdat de software wachtte op een gunstiger tarief.
Een batterij kan in bepaalde situaties helpen om pieken af te vlakken of lokaal opgewekte energie beter te benutten. Dat is vooral interessant wanneer het verbruikspatroon, de netbeperkingen en de laadbehoefte daarbij passen. Een batterij alleen plaatsen omdat er laadpalen komen, is geen technisch onderbouwde keuze. Eerst moet duidelijk zijn waar de pieken ontstaan en welke sturing zonder batterij al mogelijk is.
Veiligheid en installatiekwaliteit zijn onderdeel van het ontwerp
Zakelijke laadpunten horen thuis in een installatie die volgens de geldende normen wordt beoordeeld en aangelegd, waaronder NEN 1010. Dat gaat verder dan een kabel van de meterkast naar de parkeerplaats. De beveiligingen, aardingsvoorziening, selectiviteit, kabeldoorsnede, belastbaarheid van verdelers en plaatsingsomgeving moeten als geheel kloppen.
Buitenlocaties vragen extra aandacht voor kabelbescherming, aanrijdbeveiliging, fundering en bereikbaarheid. Op een druk bedrijfsterrein is een laadpunt langs een rijroute bijvoorbeeld kwetsbaar zonder passende bescherming. Bij gedeelde parkeerplaatsen spelen duidelijke markering en toegangsbeheer mee. Een technisch nette installatie blijft ook praktisch bruikbaar voor de mensen die er dagelijks mee werken.
Na plaatsing is beheer geen bijzaak. Controleer wie meldingen ontvangt bij storingen, hoe software-updates worden uitgevoerd en wie toegang heeft tot instellingen. Bij een groeiende locatie is actuele documentatie van groepen, vermogensinstellingen en communicatieverbindingen minstens zo waardevol als het laadpunt zelf.
Van inventarisatie naar een passend laadplan
Een goed laadplan begint met meten, vragen stellen en scenario's vergelijken. De technisch beste oplossing voor een kantoor met twaalf parkeerplaatsen is niet automatisch de beste oplossing voor een agrarisch bedrijf, werkplaats of logistieke locatie. B.Y. Roersen Duurzame Energie kijkt daarom naar de samenhang tussen aansluiting, verbruik, opwek, sturing en toekomstige uitbreiding.
De meest verstandige eerste stap is vaak niet de grootste laadpaal, maar een ontwerp dat ruimte laat om gecontroleerd te groeien. Als uw laadinfra aansluit op de dagelijkse bedrijfsvoering én op de rest van uw energiesysteem, wordt elektrisch rijden een voorziening waar u op kunt rekenen - ook wanneer er over een paar jaar meer voertuigen aan het laden zijn.
Hulp nodig?