Nieuws

Een zonnige middag kan voor een woning met zonnepanelen twee heel verschillende resultaten opleveren. Bij een huishouden dat overdag weinig stroom gebruikt, gaat een groot deel van de opbrengst het net op. Bij een woning met warmtepomp, laadpaal of thuisbatterij wordt diezelfde zonnestroom vaker direct benut. Juist dat verschil wordt relevanter door de nieuwe regels teruglevering 2026 en de veranderingen die daarna volgen.
Veel eigenaren verwachten dat er in 2026 één nieuwe landelijke regel voor teruglevering ingaat. Zo eenvoudig ligt het niet. In 2026 blijft de salderingsregeling nog van kracht, terwijl energieleveranciers wel verschillende terugleverkosten en vergoedingen hanteren. Vanaf 1 januari 2027 verandert het wettelijke kader fundamenteel: salderen stopt. Wie nu investeert in zonnepanelen, een batterij of slim energiebeheer doet er daarom verstandig aan niet alleen naar de rekening van dit jaar te kijken.
Nieuwe regels teruglevering 2026: wat geldt er nu?
Tot en met 31 december 2026 mogen huishoudens en kleinzakelijke aansluitingen de stroom die zij terugleveren nog verrekenen met de stroom die zij op jaarbasis afnemen. Dat is salderen. Levert u bijvoorbeeld 3.500 kWh terug en neemt u in hetzelfde jaar 4.000 kWh af, dan betaalt u voor 500 kWh stroomverbruik, afgezien van vaste kosten en eventuele terugleverkosten.
Voor het deel dat u meer teruglevert dan u afneemt, ontvangt u een terugleververgoeding. Die vergoeding verschilt per energieleverancier en contract. Ook mogen leveranciers terugleverkosten rekenen. Die kosten zijn meestal gekoppeld aan de hoeveelheid stroom die u per jaar teruglevert, vaak in staffels. Daardoor kan een installatie die technisch uitstekend presteert toch minder financieel aantrekkelijk uitpakken wanneer het eigen verbruik laag blijft.
De kern voor 2026 is dus: salderen bestaat nog, maar terugleveren is niet meer vanzelfsprekend kosteloos. Er is geen standaardbedrag dat voor iedereen geldt. Kijk daarom niet alleen naar de terugleververgoeding in een aanbod, maar naar het totaal van leveringstarief, vaste kosten, terugleverkosten en de manier waarop uw verbruik over de dag verdeeld is.
Wat verandert er vanaf 2027?
Per 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling. Op dat moment wordt afgenomen stroom volledig afgerekend tegen het tarief van uw energiecontract. Stroom die u teruglevert, ontvangt een afzonderlijke vergoeding. Energieleveranciers moeten daarvoor een redelijke vergoeding bieden. De wettelijke ondergrens is tot en met 2030 gekoppeld aan minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, maar de precieze vergoeding kan per leverancier en contract verschillen.
Dat betekent niet dat zonnepanelen ineens geen waarde meer hebben. Een kilowattuur die u direct zelf verbruikt, hoeft u niet in te kopen. Die besparing is doorgaans groter dan de vergoeding voor een kilowattuur die naar het net gaat. Na 2027 verschuift de aandacht daarom van zoveel mogelijk productie naar zoveel mogelijk direct gebruik van de productie.
Voor een huishouden dat overdag nauwelijks thuis is, kan dit een duidelijke verandering zijn. De panelen produceren dan vooral op momenten waarop weinig apparaten draaien. Voor een gezin dat overdag elektrisch laadt, een warmtepomp aanstuurt of huishoudelijke apparatuur slim plant, ligt het aandeel eigen verbruik vaak hoger. De installatiegrootte, het verbruiksprofiel en de aansturing worden belangrijker dan alleen het aantal panelen op het dak.
Terugleverkosten zijn niet hetzelfde als een lagere vergoeding
Deze begrippen worden regelmatig door elkaar gehaald, maar ze hebben een ander effect. De terugleververgoeding is wat u ontvangt voor een kilowattuur die u aan het net levert. Terugleverkosten zijn kosten die een leverancier in rekening kan brengen vanwege die teruglevering. Bij salderen kunnen die kosten dus ook gelden wanneer de teruggeleverde stroom op jaarbasis wordt verrekend met uw afname.
Vooral bij oudere installaties zien we in de praktijk dat er veel meer wordt opgewekt dan op locatie wordt gebruikt. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar het vraagt wel om een realistische beoordeling. Een hoog aantal teruggeleverde kilowatturen is geen directe maat voor rendement. Het zegt vooral dat vraag en productie onvoldoende samenvallen.
Bij een dynamisch energiecontract komt daar nog een extra factor bij. De prijs voor teruglevering volgt dan meestal de marktprijs per uur of per kwartier, afhankelijk van het contract. Op zonnige middagen kan die prijs laag zijn en soms negatief worden. Een dynamisch contract kan goed passen bij een woning met slimme sturing en flexibel verbruik, maar zonder die sturing is het risico groter dat u vooral teruglevert op de minst gunstige momenten.
Meer eigen verbruik begint met inzicht
De beste technische keuze verschilt per woning of bedrijfspand. Een thuisbatterij is niet automatisch de juiste eerste stap. Als er veel stroom wordt gebruikt in de avond en de zonnepanelen overdag een structureel overschot leveren, kan opslag logisch zijn. Als het verbruik juist al goed aansluit op de productie, is de extra waarde van een batterij vaak kleiner.
Meetgegevens zijn daarom het vertrekpunt. We kijken onder meer naar de jaaropbrengst van de zonnepanelen, het kwartier- of uurverbruik, de piekbelasting, de hoofdaansluiting en toekomstige plannen. Een elektrische auto, warmtepomp, uitbreiding van zonnepanelen of airconditioning kan de energiebalans aanzienlijk veranderen.
Vaak is slim schakelen al een zinvolle eerste verbetering. Een laadpaal kan laden wanneer er zonne-overschot is. Een warmtepomp of boiler kan binnen comfortgrenzen extra draaien op gunstige momenten. Ook vaatwasser, wasmachine en droger kunnen met een planning of automatisering beter aansluiten op de productie. Het doel is niet om elk apparaat geforceerd op zonne-energie te laten draaien, maar om regelbare belasting te benutten zonder comfortverlies.
Een Energy Management System, eventueel gekoppeld aan Home Assistant, kan hierin een rol spelen. Zo'n systeem meet productie, afname en teruglevering en stuurt verbruikers volgens ingestelde prioriteiten aan. De kwaliteit zit niet alleen in de software. De metingen moeten kloppen, de communicatie met omvormer, laadpaal en batterij moet betrouwbaar zijn en de instellingen moeten passen bij de elektrische installatie.
Wanneer is een thuisbatterij technisch passend?
Een thuisbatterij kan zonnestroom van de middag verschuiven naar de avond. Daarnaast kan zij bij dynamische tarieven laden op goedkope uren en ontladen op duurdere uren. Voor sommige systemen is ook noodstroom mogelijk, maar dat vraagt om een specifiek ontworpen installatie. Een standaardbatterij levert niet automatisch stroom tijdens een netstoring.
Daar staan aandachtspunten tegenover. Batterijen hebben laad- en ontlaadverliezen, een beperkte bruikbare capaciteit en een maximaal laad- en ontlaadvermogen. Een batterij van 10 kWh kan dus niet onbeperkt pieken opvangen en is niet altijd elke dag volledig beschikbaar. Bij een grote zonnestroominstallatie kan een te kleine batterij op zonnige dagen al vroeg vol zitten. Bij een gering overschot wordt een grote batterij juist weinig benut.
Ook de aansluiting verdient aandacht. Bij driefasige woningen moet worden beoordeeld hoe productie en verbruik over de fasen verdeeld zijn, welke meetmethode wordt gebruikt en of exportbeperking gewenst is. Zeker bij zakelijke locaties kunnen hoofdzekeringen, gelijktijdigheid van laadpalen en netcongestie bepalend zijn voor de gekozen oplossing. Dit hoort thuis in het ontwerp, niet als correctie na de installatie.
Kies niet alleen op basis van de regels van één jaar
De nieuwe regels rond teruglevering maken één punt helder: een energiesysteem moet meer kunnen dan stroom produceren. Het moet kunnen meten, sturen en meegroeien. Een omvormer die nu passend lijkt, moet bijvoorbeeld ook aansluiten bij een eventuele batterij, laadpaal of EMS in de toekomst. Daarbij blijven veilige aanleg, selectiviteit en uitvoering volgens onder meer NEN 1010 randvoorwaarden.
Voor zakelijke gebruikers geldt dit minstens zo sterk. Daar kan lokaal gebruik van zonnestroom worden gecombineerd met peak shaving, laadbeheer en het bewaken van de gecontracteerde capaciteit. Een batterij kan dan niet alleen teruglevering beperken, maar ook piekbelasting dempen. Of dat rendabel is, hangt af van het belastingsprofiel en de aansluitvoorwaarden, niet alleen van de batterijcapaciteit.
Wie in 2026 een keuze maakt, hoeft dus niet te gokken op één tarief of één beleidswijziging. Breng eerst in kaart wanneer u stroom opwekt, wanneer u die nodig hebt en welke uitbreidingen eraan komen. Vanuit die gegevens ontstaat een energiesysteem dat ook na het einde van salderen logisch blijft werken - met minder afhankelijkheid van teruglevering en meer grip op uw eigen energie.
Hulp nodig?